In het Klimaatakkoord is de doelstelling opgenomen van een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Woningverduurzaming om zo energieneutraal mogelijk te worden, is daarbij een belangrijk instrument. En dat raakt vrijwel iedereen.
Een door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ontwikkelde vragenlijst werd aan 3480 LISS panelleden (18 jaar en ouder, één persoon per huishouden) voorgelegd. 2384 LISS panelleden (68,5%) hebben meegedaan, waarvan 1626 woningeigenaar zijn.


Het vertrouwen in financiële instellingen heeft het afgelopen jaar niet geleden onder de coronacrisis. Het vertrouwen in andere belangrijke maatschappelijke en economische spelers bleek niet immuun voor de crisis te zijn. Zo daalde het vertrouwen in de nationale politiek en grote technologiebedrijven. Het Nederlandse publiek maakt zich vooral zorgen over de impact van de coronacrisis op de economie. Dit blijkt uit DNB-onderzoek onder ruim 2500 huishoudens in maart van dit jaar.


Sinds december 2019 doen veel LISS panelleden elke maand mee aan een vragenlijst met enkele vragen over hun inflatieverwachting. Er wordt gevraagd naar wat zij denken dat de procentuele verandering in consumentenprijzen tijdens een periode van twaalf maanden zal zijn. Deze informatie wordt gevraagd voor de inflatie over een jaar, maar ook voor de inflatie over tien jaar. Zo kunnen korte én lange termijn inflatieverwachtingen worden gemeten.


Is er meer of minder dan anders gezocht naar ander werk tijdens de corona pandemie? Dit onderzochten onderzoekers uit Duitsland die LISS panel data hebben gecombineerd met een speciaal voor hen afgenomen vragenlijst in juni 2020. Panelleden hebben aangegeven wel of niet op zoek te zijn naar (ander) werk en dit is vergeleken met het niveau van zoeken naar werk zoals dat mag worden verwacht op basis van het aantal werkenden en het aantal werklozen én met de schommelingen in de economische groei in de periode 2008-2019.


Het LISS panel wordt niet alleen gebruikt door onderzoekers die hun vragenlijst in het panel afnemen en met de data onderzoek doen. Alle data komt beschikbaar voor de wetenschappelijke gemeenschap (na ondertekening van een verklaring dat met de data alleen wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan). Onderzoekers kunnen zo putten uit alle data die zijn verzameld tussen 2007 en nu. 


De coronapandemie heeft grote invloed op ons dagelijks leven, waaronder onze sociale contacten. Mensen moeten afstand houden, mogen minder met groepen bij elkaar komen, evenementen zijn afgelast en het aantal bezoekers dat men thuis mag ontvangen hangt sterk samen met het aantal besmettingen en de druk op de ziekenhuizen.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft gebruik gemaakt van LISS data om na te gaan wat de belangrijkste sociale gevolgen van de maatregelen waren.


Eind 2020 had ongeveer 17% van de volwassen bevolking milde tot ernstige angst- en depressieve gevoelens. Daarnaast had 6% ernstige angst- en depressieve gevoelens. 21% had regelmatig last van slaapproblemen en ruim 31% van vermoeidheid. Die percentages zijn ongeveer hetzelfde als die van eind 2018 en van eind 2019. Daarmee is aangetoond dat de mentale gezondheid van de volwassen Nederlandse bevolking als geheel behoorlijk stabiel is ondanks corona, en ook al kampt een deel van de bevolking met problemen die ze vlak vóór de corona-uitbraak niet hadden.


De LISS data kan ook door onderzoekers worden gebruikt voor een opiniestuk. Dat heeft onderzoeker Matthijs Rooduijn van de Universiteit van Amsterdam bijvoorbeeld gedaan in een blog op de website van SRV (Stuk Rood Vlees) op 18 februari jl.  Op deze website wordt, zoals de website het zelf stelt, politicologisch onderzoek gekoppeld aan de actualiteit.


Sinds de start van het LISS panel (november 2007) hebben meer dan 5000 personen data van het panel gebruikt voor onderzoek en het maken van beleid. Het kan zijn dat iemand de data voor maar één onderzoek gebruikt of juist voor meerdere onderzoeken over meerdere jaren.


Er is al langere tijd een verband tussen het hebben van een dochter en scheiding. Verschillende Amerikaanse studies vinden al sinds de jaren tachtig een sterk bewijs dat als een stel als eerste kind een dochter krijgt de kans groter wordt dat het stel zal scheiden dan wanneer het eerste kind een zoon is. De onderzoekers van deze studies veronderstelden dat dit kwam omdat er een 'voorkeur was voor een zoon', een fenomeen dat zich, in de meest extreme vorm, uit in selectieve abortus.


Pages