Houding tegenover de Joodse bevolkingsgroep in Nederland (juni)

In opdracht van het Centraal Joods Overleg (CJO), de koepel van Joodse organisaties in Nederland is er een onderzoek uitgevoerd naar de manier waarop (groepen) Nederlanders over de Joodse bevolkingsgroep denken. De uitwerking van het onderzoek is door het CJO in handen gelegd van het het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) waar ook het meldpunt antisemitisme in Nederland is, en dat dagelijks dagelijks meldingen van antisemitische incidenten ontvangt.

Negatieve geluiden over Joden, de ontkenning van de Holocaust en complottheorieën waarin Joden een hoofdrol spelen zijn duidelijke vormen van antisemitisme die voorkomen in Nederland. Er is niet bekend in hoeverre antisemitische denkbeelden aanhang vinden in Nederland. Daarbij gaat het niet alleen om expliciete uitingen van antisemitisme, maar ook om meer subtiele of misschien onbewuste denkbeelden.

De vragenlijst is in juli 2021 voorgelegd aan een willekeurige steekproef uit het LISS panel. In totaal hebben 2.625 panelleden (74%) meegedaan.

Resultaten geven gemengd beeld
De meeste respondenten blijken een neutrale (53%) dan wel positieve (26%) houding te hebben ten aanzien van Joden. Tegelijkertijd zijn bepaalde stereotype vooroordelen over Joden duidelijk aanwezig. Joden wordt vaak politieke invloed toegeschreven (28%) bij de vraag of dit hen als groep kenmerkt. Op dezelfde manier vindt 17% dat zij een bevoorrechte positie hebben. Interessant genoeg gaat het hierbij mogelijk om antisemitische denkbeelden, die zich in de praktijk soms als haat kunnen uiten, maar in andere gevallen ‘slechts’ een bevooroordeelde houding toont.

Van de respondenten zegt bijna een kwart iemand te kennen die negatief denkt over Joden. Bijna een derde (30%) zegt mensen in zijn of haar omgeving weleens het woord “Jood” als scheldwoord te horen gebruiken. De onderzoekers houden rekening ermee dat deze gegevens op indirecte manier ook wat kunnen zeggen over de respondenten zelf.

Een kleine groep respondenten (7%) blijkt negatief te denken over Joden. Ook zijn negatieve denkbeelden over andere bevolkingsgroepen in deze groep het meest aanwezig. In deze groep vinden we ook het grootste percentage mensen met een migratieachtergrond (zowel westerse als niet-westerse). Ook is deze groep het laagst geschoold.

Van alle respondenten heeft slechts 23,5% aangegeven überhaupt Joodse kennissen te hebben. Weinig verrassend is dit percentage het hoogst bij de groep met een duidelijk negatieve houding tegen Joden: 79%.

De precieze effecten van sociale wenselijkheid, en andere factoren die tot een vertekend beeld hebben kunnen leiden, zijn nog altijd moeilijk in te schatten. Een definitief antwoord op de vraag hoeveel antisemitisme er is in Nederland, blijft dan ook uit. Maar het onderzoek geeft belangrijke inzichten in de aard en omvang van vooroordelen over Joden.

Aanbevelingen
Antisemitisme blijft een moeilijk onderwerp om in cijfers uit te drukken. Hoewel het nuttig zou zijn om het onderzoek te herhalen en daarmee ontwikkelingen door de tijd te meten, kan er ook voor gekozen worden om onderzoeksmiddelen te richten op groepen waar antisemitisme al een risico is. Want die groep heeft, bijvoorbeeld dankzij een groot bereik op sociale media, een disproportionele rol in het in stand houden of zelfs toenemen van een klimaat van antisemitisme.

Er moet meer ruimte komen voor uitingen over het Jodendom als zijnde een levendige cultuur, die onderdeel uitmaakt van de samenleving van nu.

Grote aantallen respondenten geven aan niet (bewust) Joodse kennissen te hebben. Dit percentage ligt stukken hoger bij een kleine groep respondenten met een duidelijk vijandige houding. Bovendien laten de onderzoeksresultaten zien dat een grote meerderheid in haar houding tegenover Joden juist ver af staat van deze kleine groep.

CIDI hoopt dat de uitkomsten van het onderzoek opgepakt worden door de Joodse gemeenschap in Nederland, als aanmoediging om de Joodse cultuur meer uit te dragen. Uiteindelijk kunnen alleen leden van de gemeenschap zelf oordelen over de mate van bezorgdheid die gepast is tegenover de (nog altijd bestaande) dreiging van antisemitisme. Echter hebben Joodse instituten, opiniemakers en anderen de bijzondere positie om grote groepen anderen kennis te laten maken met de Joodse identiteit, en hoe deze bij de samenleving hoort. Zulke kennismaking blijkt een effectief en welkom middel tegen vooroordelen.

 

Bron: website CIDI, waar ook het volledige rapport te vinden is.